ECLI:NL:CRVB:2004:AR8542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van lagere WAO-uitkering na medische herbeoordeling en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig datatypiste, meldde zich in juni 1999 ziek met rugklachten en raakte later betrokken bij een verkeersongeval met ernstig letsel. Na een periode van arbeidsongeschiktheid en een medische herbeoordeling door een verzekeringsarts, werd vastgesteld dat zij belastbaar was voor bepaalde functies, waardoor haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 15%.
Gedaagde trok daarop haar WAO-uitkering in en verklaarde haar bezwaren ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij ten onrechte niet medisch was onderzocht tijdens bezwaar en dat haar beperkingen werden onderschat.
De Raad oordeelde dat een aanvullend medisch onderzoek achterwege kon blijven omdat appellante geen objectieve medische gegevens had overgelegd. De Raad vond de schatting van de arbeidsongeschiktheid op basis van medische dossiers en arbeidskundig onderzoek voldoende onderbouwd en concludeerde dat er ruim voldoende passende functies voor appellante beschikbaar waren. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht een WAO-uitkering van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid ontvangt.