ECLI:NL:CRVB:2004:AR8547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering na wachttijd ondanks medische beperkingen
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich ziek met hoofdpijnklachten en werd medisch onderzocht waarbij hoofdpijn, hypertensie en migraine werden vastgesteld. De verzekeringsarts gaf beperkingen aan voor diverse fysieke activiteiten en blootstellingen. Op basis hiervan selecteerde een arbeidsdeskundige acht functies die passend zouden zijn.
Gedaagde weigerde bij besluit van 31 juli 2001 en later bevestigd op 14 december 2001 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat appellante volgens het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek voldoende belastbaar was. Appellante stelde in hoger beroep dat zij meer beperkt was en dat functies als schadebeoordelaar en datatypiste ongeschikt waren, mede door diabetes en gehoorproblemen.
De Raad oordeelde dat vijf van de acht functies lichte overschrijdingen van belastbaarheid vertoonden, maar dat deze overschrijdingen acceptabel waren. De mediane functie naaister-stikster meubelbekleding bood voldoende verdiencapaciteit om geen verlies aan arbeidsvermogen vast te stellen. Medische argumenten van appellante waren onvoldoende onderbouwd met nieuwe gegevens. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering na de wachttijd van 52 weken.