ECLI:NL:CRVB:2004:AR8564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking en verplichte verzekering werknemer
Appellante, een handelsdrukkerij, betwistte dat een aandeelhouder met een minderheidsbelang en leidinggevende taak in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond, waardoor hij verplicht verzekerd zou zijn volgens de werknemersverzekeringswetten. De looncontrole van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde vast dat er sprake was van een dienstbetrekking, waarop correctie- en boetenota's werden opgelegd voor de jaren 1999 en 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep werd dit bevestigd. De Raad oordeelde dat de aandeelhouder, hoewel geen statutair directeur, onder het gezag van het bestuur stond en dat de stelling van gezamenlijk ondernemerschap niet opging. De minderheidsaandelen van 25% deden hieraan niet af.
Verder werd geoordeeld dat appellante terecht opzet of grove schuld werd toegerekend voor het niet juist verwerken van loonadministratie. De Raad wees jurisprudentie aangehaald door appellante af als niet vergelijkbaar. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de aandeelhouder een privaatrechtelijke dienstbetrekking heeft en wijst het beroep tegen de correctie- en boetenota's af.