ECLI:NL:CRVB:2004:AR8686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit blijvende gehele weigering WW-uitkering wegens eigen toedoen niet gegrond
Appellant had een WW-uitkering toegekend gekregen en weigerde een aangeboden functie als heftruckchauffeur via een uitzendbureau. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot daarop de WW-uitkering vanaf 18 juli 2001 blijvend geheel te weigeren wegens eigen toedoen van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat niet is gebleken dat appellant de functie daadwerkelijk had kunnen verkrijgen en dat het slechts aan zijn eigen opstelling te wijten zou zijn dat geen arbeidsovereenkomst tot stand kwam.
De Raad stelt dat het Uwv onvoldoende onderzoek heeft gedaan bij de potentiële werkgever en dat een verwijzing via een uitzendbureau niet automatisch betekent dat het aan de uitzendkracht is om te beslissen of hij de vacature vervult. Daarom kan het besluit tot weigering niet in stand blijven.
De Raad beveelt het Uwv een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze overwegingen, en zich uit te laten over een verzoek tot schadevergoeding wegens de weigering. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.