ECLI:NL:CRVB:2004:AR8697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens verkeerde aanvraagdatum
Appellante had bij de gemeente De Bilt een bijstandsuitkering aangevraagd. De gemeente kende haar een uitkering toe met ingang van 6 maart 2001, maar weigerde de uitkering over de periode van 6 maart tot 6 mei 2001 omdat appellante haar arbeid niet had behouden door eigen toedoen. De gemeente stelde dat de aanvraag pas op 6 maart 2001 was gedaan. Appellante stelde echter dat zij al op 23 januari 2001 een aanvraag had ingediend, wat werd ondersteund door een door haar en een balieconsulent ondertekend formulier.
De Raad stelde vast dat appellante inderdaad op 23 januari 2001 ondubbelzinnig haar aanvraag had ingediend en dat de gemeente dit ten onrechte niet had erkend. De gemeente had appellante aanvankelijk doorverwezen naar het Gak vanwege mogelijke WW-rechten en had het aanvraagproces vertraagd. De Raad oordeelde dat het besluit van 25 april 2002, waarin bezwaar tegen het eerdere besluit werd afgewezen, vernietigd moest worden.
De Raad bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de juiste datum van aanvraag en de omstandigheden. Tevens werd bepaald dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellante moet vergoeden. De uitspraak benadrukt dat een maatregel niet terugwerkend kan worden toegepast op een periode vóór het laakbare handelen.
Uitkomst: Het besluit van 25 april 2002 wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.