ECLI:NL:CRVB:2004:AR8699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verrekening van te veel verstrekte bijstand op basis van fictieve inkomsten
Appellanten, die een vertaalinstituut waren gestart en later een bijstandsuitkering ontvingen, kregen een besluit waarin werd bepaald dat te veel verstrekte bijstand over een periode van drie maanden met de lopende uitkering zou worden verrekend. Dit besluit was gebaseerd op een prognose van inkomsten in het eerste halfjaar van 2000, afgeleid van het positieve resultaat in het tweede halfjaar van 1999.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellanten gingen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de motivering van het besluit onduidelijk was en dat de verrekening was gebaseerd op een fictief bedrag, wat niet is toegestaan volgens artikel 78, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Het inkomen moet eerst definitief vaststaan voordat verrekening kan plaatsvinden.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten. De Raad benadrukte dat een prognose van wisselende inkomsten geen grondslag kan zijn voor een verrekening van bijstand.
Uitkomst: Het besluit tot verrekening van te veel verstrekte bijstand is vernietigd wegens strijd met de wet.