ECLI:NL:CRVB:2004:AR8766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens beperkte verzekeringsduur
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de Sociale verzekeringsbank om geen recht te erkennen op een volledig AOW-pensioen, omdat hij slechts gedurende beperkte tijd verzekerd was geweest. Na vernietiging van het eerste besluit door de rechtbank, kende de Sociale verzekeringsbank appellant een AOW-pensioen toe van 12% van het volledige pensioen, gebaseerd op verzekeringsperioden van circa zes jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep beperkte het geschil tot de vraag of de korting terecht was toegepast op grond van de beperkte verzekeringsduur. De Raad vond geen nieuwe feiten of bewijs die het eerdere oordeel konden ondermijnen.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant slechts recht heeft op een verminderd AOW-pensioen vanwege de beperkte verzekeringsduur van circa zes jaar, gelegen in de tijdvakken van 26 oktober 1977 tot 1 oktober 1979 en van 1 april 1981 tot 1 december 1984. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op het AOW-pensioen bevestigd.