ECLI:NL:CRVB:2004:AS1920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond waarin haar WW-uitkering werd verlaagd met 20% voor een periode van 16 weken, omdat zij in de periode van 12 tot en met 25 februari 2001 onvoldoende had geprobeerd passende arbeid te verkrijgen.
De Raad toetste het geschil aan de Werkloosheidswet en bevestigde de eerdere uitspraak. Uit de werkbriefjes bleek dat appellante geen concrete sollicitaties had verricht in de genoemde periode. Haar stelling dat zij wel voldoende had gesolliciteerd was niet onderbouwd met nadere gegevens, en deelname aan een begeleidingstraject verving de sollicitatieplicht niet.
De Raad zag geen reden om verminderde verwijtbaarheid aan te nemen en concludeerde dat appellante onvoldoende had geprobeerd passende arbeid te verkrijgen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.