ECLI:NL:CRVB:2004:AS1926

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/5696 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond verklaard wegens te late betaling griffierecht in hoger beroep

Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late betaling van het griffierecht. Tegen deze beslissing heeft opposant verzet aangetekend, stellende dat de te late betaling het gevolg was van zijn ernstige financiële situatie.

De Centrale Raad van Beroep heeft dit verzet behandeld tijdens een zitting waarbij partijen niet verschenen. De Raad heeft overwogen dat opposant zijn financiële positie niet met bewijsstukken heeft onderbouwd en daarom geen reden ziet om de te late betaling te excuseren.

De Raad concludeert dat het verzet ongegrond is en dat geen gronden aanwezig zijn om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van niet-ontvankelijkheid blijft daarmee in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

03/5696 WW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Zwolle op 1 oktober 2004 tussen partijen gegeven uitspraak, kenmerk AWB 03/105.
Bij uitspraak van 10 maart 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.
Tegen deze uitspraak heeft opposant bij schrijven van 20 april 2004 verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 17 november 2004. Partijen zijn niet verschenen.
II. MOTIVERING
In verzet heeft opposant aangevoerd dat de te late betaling van enkele dagen alles te maken heeft met de ernstige financiële positie waarin hij verkeert.
Hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd is geen grond om de te late betaling van het griffierecht te excuseren.
De Raad overweegt daartoe dat opposant zijn stelling, dat hij niet in staat was het griffierecht tijdig te voldoen, niet met enige stukken nader heeft onderbouwd. In de aangevoerde omstandigheid ziet de Raad dan ook geen reden om het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar te achten.
Het verzet moet derhalve ongegrond verklaard worden.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. M.A. Hoogeveen als voorzitter en mr. C.P.J. Goorden en mr. J. Riphagen als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Grauss als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 december 2004.