ECLI:NL:CRVB:2004:AS2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering en matiging boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering naast een AOW-uitkering die met terugwerkende kracht werd verhoogd en nabetalingen betrof. Zij meldden de verhoging pas bij een heronderzoek, waardoor de gemeente een boete oplegde wegens schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 65 Abw Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat appellanten weliswaar in gebreke zijn gebleven, maar dat de boete te hoog is vastgesteld. De Raad stelt vast dat het benadelingsbedrag ten onrechte ook de periode vóór de melding omvatte, terwijl alleen de periode na de melding relevant is.
De Raad vermindert de boete naar €154, gebaseerd op 10% van het juiste benadelingsbedrag, en wijst het beroep gegrond. Tevens worden de proceskosten ten gunste van appellanten toegewezen en het griffierecht vergoed. Het besluit van 2 augustus 2002 wordt vernietigd.
Uitkomst: Boete wegens schending inlichtingenplicht verminderd naar €154 en proceskosten toegewezen aan appellanten.