ECLI:NL:CRVB:2004:AS2283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ‘t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gangbaarheid van het aanbrengen van een discusprothese in het kader van zorgverzekering
Appellante, met ernstige rugklachten, verzocht vergoeding van kosten voor een second opinion en het implanteren van een discusprothese in Duitsland. Gedaagde, het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland, wees deze aanvraag af omdat het aanbrengen van een discusprothese niet tot het gangbare terrein van de geneeskunde behoort. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep spitste het geschil zich toe op de vraag of deze behandeling gangbaar is volgens de maatstaven van het HvJEG, waarbij internationale wetenschappelijke erkenning en dekking door ziektekostenverzekeraars een rol spelen. Appellante voerde aan dat de behandeling in meerdere landen wordt uitgevoerd en vergoed, en dat zij in Nederland was uitbehandeld.
Gedaagde stelde dat de behandeling experimenteel is vanwege het ontbreken van betrouwbare lange termijnresultaten en baseerde dit op adviezen van medisch specialisten en wetenschappelijke publicaties. De Raad oordeelde dat de behandeling in de relevante periode (december 2000 tot april 2001) onvoldoende wetenschappelijk was beproefd en niet als gangbaar kon worden aangemerkt.
De Raad benadrukte dat vergoeding in Nederland tot 2000 plaatsvond onder een andere code en dat internationale vergoeding niet automatisch duidt op gangbaarheid. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot vergoeding van de discusprothese wordt bevestigd.