ECLI:NL:CRVB:2004:AS2657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering Algemene nabestaandenwet-uitkering na onjuiste berekening
Eiseres ontving sinds 1996 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) en werd in 1999 arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (appellant) herzag haar Anw-uitkering per 1 oktober 1998 naar lagere bedragen vanwege inkomsten uit arbeid en hield een terugvordering in. Eiseres maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering, waarna de rechtbank de besluiten vernietigde wegens onjuiste berekeningen en strijd met het verbod van reformatio in peius.
De Raad oordeelt dat het beroep van eiseres tegen het herzieningsbesluit van 28 augustus 2000 schriftelijk is ingetrokken, waardoor de rechtbank ten onrechte uitspraak deed over dit beroep. De Raad verklaart dit beroep vervallen en het beroep tegen het terugvorderingsbesluit niet-ontvankelijk. Ten aanzien van de besluiten van 22 mei 2002, die de eerdere besluiten introkken en vervingen, oordeelt de Raad dat deze op juiste gronden zijn genomen en dat de herziening en terugvordering terecht zijn uitgevoerd, ook al leidde dit tot een nadeliger positie voor eiseres.
De Raad benadrukt dat de verplichting tot herziening van een te hoog vastgestelde Anw-uitkering dwingend wettelijk is en dat het verbod van reformatio in peius niet geldt indien de herziening op andere gronden is vereist. Er zijn geen dringende redenen gevonden om af te zien van terugvordering. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, behalve het deel over griffierechtvergoeding, en de beroepen tegen de besluiten van 22 mei 2002 worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herzienings- en terugvorderingsbesluiten van 22 mei 2002 wordt ongegrond verklaard en de eerdere vernietigingen van de rechtbank worden deels herroepen.