ECLI:NL:CRVB:2004:AS2728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering nabestaandenuitkering wegens onjuiste inkomenskwalificatie
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van haar nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw), omdat haar wachtgelduitkering ten onrechte was aangemerkt als inkomen uit arbeid in plaats van inkomen in verband met arbeid. De Sociale verzekeringsbank (gedaagde) had haar uitkering met ingang van 1 januari 1998 gecorrigeerd en het te veel betaalde bedrag teruggevorderd.
De rechtbank had vastgesteld dat appellante niet betwistte dat zij te veel uitkering had ontvangen en dat de fout aan gedaagde was toe te rekenen. De rechtbank vond echter dat appellante redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de uitkering onjuist was toegekend, mede omdat zij niet meer in dienst was bij haar voormalige werkgever en voldoende informatie was verstrekt over het onderscheid tussen inkomen uit arbeid en inkomen in verband met arbeid.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat appellante tijdig en voldoende geïnformeerd was over het onderscheid en dat zij had kunnen onderkennen dat haar uitkering op een verkeerde grondslag was berekend. De herziening met terugwerkende kracht en de terugvordering werden niet als kennelijk onredelijk beoordeeld. Daarmee bleef het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de nabestaandenuitkering wegens onjuiste inkomenskwalificatie.