Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AS2755

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/6070 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WSUWIArt. 4 WSUWIArt. 5 WSUWIArt. 8:75 AwbAlgemene nabestaandenwet (ANW)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering nabestaanden- en halfwezenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot

Appellante verzocht om een nabestaanden- en halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot op 29 april 2001. De echtgenoot van appellante had sinds 1991 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen en was in 1997 met zijn gezin naar Turkije vertrokken, waarna hij zich uitschreef uit het Nederlandse bevolkingsregister.

Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, wees de aanvraag af omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was op grond van de ANW. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.

De Raad vond geen nieuwe argumenten die tot een ander oordeel konden leiden en sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. Er was geen sprake van verzekering ingevolge de ANW ten tijde van het overlijden van de echtgenoot. De uitspraak werd bevestigd zonder dat er termen waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaanden- en halfwezenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was ingevolge de ANW ten tijde van overlijden.

Uitspraak

02/6070 ANW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2003 zijn de artikelen 3, 4 en 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voorzover het betreft de Sociale verzekeringsbank in werking getreden. Thans oefent de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank de taken en bevoegdheden uit die tot genoemde datum werden uitgeoefend door de Sociale Verzekeringsbank. In deze uitspraak wordt onder gedaagde mede verstaan de Sociale Verzekeringsbank.
Namens appellante is door mr. U. Ugur, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 17 oktober 2002, nr. 02 / 450 ANW, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 19 november 2004, waar appellante niet is verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door
A. van der Weerd, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.
II. MOTIVERING
De echtgenoot van appellante ontving sinds 25 februari 1991 een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die later is omgezet in een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Hij is met appellante en hun kinderen op 19 december 1997 naar Turkije vertrokken en heeft zich met ingang van deze datum laten uitschrijven uit het bevolkingsregister van de gemeente Hengelo. Appellantes echtgenoot is overleden op 29 april 2001. In verband daarmee heeft appellante een aanvraag ingediend om een nabestaanden- en een halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).
Bij besluit van 3 december 2001 heeft gedaagde de aanvraag afgewezen. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Gedaagde heeft dit bezwaar ongegrond verklaard bij besluit van 16 april 2002, hierna: het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden was verzekerd ingevolge de ANW.
Evenals de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag ontkennend. De Raad kan zich geheel vinden in de overwegingen die de rechtbank tot dat oordeel hebben gebracht en maakt die tot de zijne. Hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht, biedt geen nieuwe gezichtspunten en kan de Raad dan ook niet tot een ander oordeel brengen.
De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking. Voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht acht de Raad geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. H. van Leeuwen als voorzitter en mr. M.M. van der Kade en mr. H.J. Simon als leden, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier en uitgesproken in het openbaar op 31 december 2004.
(get.) H. van Leeuwen.
(get.) M. Gunter.
Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep ingevolge de Algemene nabestaandenwet kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de bepalingen inzake het begrip ingezetene volgens de wet. Dit beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de op dit afschrift van de uitspraak vermelde verzenddatum een beroepschrift in cassatie (gericht aan de Hoge Raad der Nederlanden) aan de Centrale Raad van beroep in te zenden.