ECLI:NL:CRVB:2004:AS2770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering nabestaandenuitkering volgens wettelijke bepalingen
Appellante ontving een nabestaandenuitkering die met ingang van mei 2000 ten onrechte werd toegekend vanwege samenwoning. De Sociale verzekeringsbank trok de uitkering in en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. Appellante stelde dat de bank nalatig was geweest in het tijdig aanpassen van de uitkering, waardoor de terugvordering onterecht was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de herziening en terugvordering dwingendrechtelijk zijn voorgeschreven en dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. De Raad bevestigt deze uitspraak en stelt dat het beleid van de Sociale verzekeringsbank, dat herziening niet met volledige terugwerkende kracht toepast indien de uitkeringsgerechtigde niet kon begrijpen dat de uitkering onterecht was, niet onredelijk is.
De trage reactie van de bank op de melding van appellante wordt erkend, maar vormt geen dringende reden om af te zien van herziening. Ook zijn er geen persoonlijke omstandigheden die terugvordering zouden moeten verhinderen. De Raad concludeert dat de wettelijke bepalingen correct zijn toegepast en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de ten onrechte betaalde nabestaandenuitkering worden bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.