ECLI:NL:CRVB:2005:AO9672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake aangepaste vervoersvoorziening
Verzoeker, volledig rolstoelgebonden door een progressieve neuromusculaire aandoening, had een aanvraag gedaan voor een aangepaste rolstoelbus in bruikleen, welke door het College van burgemeester en wethouders van Tilburg werd afgewezen. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en bepaalde dat verzoeker in aanmerking komt voor de gewenste voorziening.
Gedaagde stelde dat de goedkoopste adequate vervoersvoorziening reeds was toegekend in de vorm van individueel deeltaxivervoer met aangepaste luchtvering en een aangepaste rijstijl. Verzoeker vroeg daarom om een voorlopige voorziening in afwachting van het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen zodanig spoedeisend belang was dat de uitspraak in de hoofdzaak niet kon worden afgewacht, mede omdat verzoeker gebruik kon maken van een oude rolstoelbus en bovenregionaal vervoer via Valys. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
De uitspraak bevestigt de vaste rechtspraak dat een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de behandeling van de hoofdzaak te bespoedigen zonder spoedeisend belang, en dat de bevoegdheid tot onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak niet snel zal worden ingezet zonder dringende noodzaak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.