ECLI:NL:CRVB:2005:AR8500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid maatvrouwfunctie verspener
Appellante viel uit met knieklachten na vijf dagen werk als inpakster. Medisch onderzoek concludeerde beperkingen, maar stelde dat zij geschikt bleef voor de functie van verspener. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de functie verspener passend was gezien haar beperkingen.
Gedaagde weigerde daarom de WAO-uitkering. Appellante voerde aan dat het medisch oordeel onvoldoende was gemotiveerd en dat zij de functie verspener niet kon volhouden, maar de Raad vond de medische rapportages en beschrijving van de functie voldoende betrouwbaar.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het besluit, waarbij ook de niet-reguliere methoden van het Instituut Psychosofia werden afgewezen. De weigering van de WAO-uitkering werd als terecht beoordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht voor de functie van verspener.