ECLI:NL:CRVB:2005:AS2096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante voerde hoger beroep tegen een besluit van de gemeente Helmond waarin bijstandskosten ten onrechte aan haar werden teruggevorderd vanwege een verzwegen gezamenlijke huishouding met haar partner. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de wettelijke grondslag voor de terugvordering over de periode tot 1 juli 1997 onjuist was toegepast.
De Raad oordeelde dat appellante en haar partner inderdaad een gezamenlijke huishouding voerden, wat betekent dat de gemaakte kosten van bijstand mede van appellante teruggevorderd mogen worden. Dit was gebaseerd op verklaringen van appellante en de moeder van haar partner, alsmede onderzoeksbevindingen van de sociale recherche.
De Raad vernietigde het besluit voor de periode van 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 en handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde deel. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente Helmond tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstandskosten voor de periode 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 wordt vernietigd, maar de terugvordering mede van appellante voor overige perioden blijft in stand.