ECLI:NL:CRVB:2005:AS2457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere bijstand woninginrichting wegens onjuiste aflossingscapaciteit
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor woninginrichting en -stoffering, waarbij een deel van de bijstand als lening werd toegekend met maandelijkse aflossingen van €40,04 gedurende 36 maanden. De gemeente had deze aflossingscapaciteit vastgesteld zonder rekening te houden met de beslagvrije voet zoals voorgeschreven in artikel 475d Rv.
De rechtbank had het bezwaar tegen het besluit van de gemeente ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vanwege het ontbreken van een juiste toetsing aan de beslagvrije voet. De Raad oordeelde dat de aflossingscapaciteit opnieuw moet worden vastgesteld met inachtneming van de woonlasten en de uitkering van appellant.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen dat rekening houdt met de juiste aflossingsmogelijkheden. Tevens werd bepaald dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het besluit tot leenbijstand wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen met correcte aflossingscapaciteit.