ECLI:NL:CRVB:2005:AS2512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toekenning van premiepercentage van 25% aan beroepsmilitair
Appellant, een beroepsmilitair, had zijn aanstelling meerdere malen verlengd gekregen, waarbij hij aanvankelijk een premie van 25% van zijn bezoldiging ontving. Bij verlenging vanaf 20 juli 2000 werd echter een premie van 0% toegepast. Appellant verzocht om toekenning van het oude premiepercentage van 25% over deze verlengingsperiode, wat door de Staatssecretaris van Defensie werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Appellant stelde dat hem niet duidelijk was gemaakt dat het premiepercentage niet automatisch zou worden voortgezet en dat de Staatssecretaris een bijzondere inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De Raad oordeelde dat uit het aanhangsel bij de aanstelling, dat appellant had ondertekend, duidelijk bleek dat het premiepercentage bij verlenging zou worden vastgesteld conform de dan geldende bepalingen van de premieregeling. Het feit dat het premiepercentage tijdens de initiële aanstelling steeds 25% was, maakte dit niet anders. Er was geen toezegging gedaan dat het oude percentage zou worden gehandhaafd. De Raad zag daarom geen grond voor het oordeel dat de Staatssecretaris in strijd had gehandeld met het vertrouwensbeginsel en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toekenning van een premiepercentage van 25% over de verlengingsperiode.