ECLI:NL:CRVB:2005:AS2802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderbijslag bij uitwonend kind en onderhoudsbijdrage
De zaak betreft een geschil over het recht op kinderbijslag voor een uitwonend kind van gedaagde. De Sociale verzekeringsbank (appellant) had het recht op kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal van 2001 ingetrokken omdat het kind in een pleeggezin en later in een woongroep verbleef en een derde bijdroeg aan het onderhoud. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij vond dat de appellant onjuist het Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag had toegepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte artikel 3 van Pro het Besluit toepaste, aangezien gedaagde niet tot de specifieke groep verzekerden behoort die het kind mede verzorgt. Het kind behoorde tot het huishouden van een ander en er werd een bijdrage geleverd door een derde, waardoor artikel 5 van Pro het Besluit van toepassing is. Dit artikel stelt dat een bijdrage van minimaal f 791,- per kwartaal moet worden aangetoond.
Gedaagde heeft slechts een bijdrage van f 686,62 voor het tweede kwartaal 2001 aangetoond en lagere bedragen voor de overige kwartalen. Daarom is het besluit van appellant om de kinderbijslag te weigeren terecht. De Centrale Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Tevens worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het inleidend beroep van gedaagde ongegrond, waardoor de kinderbijslag wordt geweigerd wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage.