ECLI:NL:CRVB:2005:AS2809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsstatus AOW van appellant woonachtig en werkzaam in het buitenland tussen 1989 en 1994
Appellant betwistte de korting van 40% op zijn AOW-pensioen, omdat hij meende dat hij in de periode van medio 1989 tot december 1994 wel verzekerd was ingevolge de AOW, ondanks dat hij toen geen uitkering krachtens de AWW ontving. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep onderzocht of appellant in de genoemde periode verzekerd was. Appellant woonde en werkte toen in het buitenland als kapitein op een schip dat niet onder Nederlandse vlag voer. Hij ontving pas vanaf 1 december 1994 een nabestaandenuitkering krachtens de AWW. De Raad oordeelde dat appellant in de periode vóór die datum geen recht had op een nabestaandenuitkering en dat de toepasselijke regelgeving geen ruimte laat om niet gerealiseerde aanspraken als premies voor de volksverzekeringen te beschouwen.
Daarmee behoort appellant niet tot de kring van verzekerden ingevolge de AOW in die periode. De Raad zag geen aanleiding om het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen. Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank, die de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand liet, werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de korting van 40% op het AOW-pensioen blijft gehandhaafd.