ECLI:NL:CRVB:2005:AS2813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedifferentieerde WAO-premie op maximumpremie voor kleine werkgevers ondanks zwangerschapgerelateerde uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO voor 2002, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen was vastgesteld op de maximumpremie voor kleine werkgevers. Deze premie was mede gebaseerd op een WAO-uitkering die aan een (ex-)werkneemster van appellante was toegekend wegens arbeidsongeschiktheid gerelateerd aan zwangerschap en bevalling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de zwangerschapgerelateerde WAO-uitkering bij de premieberekening betrokken mocht worden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat toepassing van artikel 4, vijfde lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO in dit geval in strijd zou zijn met het IAO-Verdrag nr. 103 betreffende bescherming van het moederschap.
De Raad overwoog dat de WAO-uitkering niet als een specifieke zwangerschapsbeschermingsuitkering kan worden beschouwd, omdat de WAO ook uitkeringen verstrekt bij andere oorzaken van arbeidsongeschiktheid. Tevens verwees de Raad naar de Nederlandse implementatie van het verdrag via artikel 29a Ziektewet. De Raad concludeerde dat het meenemen van de WAO-uitkering in de premie geen strijd oplevert met het verdrag en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De gedifferentieerde WAO-premie voor appellante wordt bevestigd op de maximumpremie voor kleine werkgevers, inclusief de zwangerschapgerelateerde WAO-uitkering.