ECLI:NL:CRVB:2005:AS3013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand aan vreemdeling zonder rechtmatig verblijf onder Koppelingswet
De zaak betreft een hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit tot wijziging van de bijstandsuitkering aan gedaagden vernietigde. Gedaagde [gedaagde 1], een vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus, was gehuwd met een Nederlandse partner en ontving bijstand op basis van eerdere positieve verklaringen.
Na inwerkingtreding van de Koppelingswet werd het recht op bijstand opnieuw beoordeeld en verminderd omdat [gedaagde 1] niet beschikte over rechtmatig verblijf. De rechtbank oordeelde dat hij wel rechtmatig verblijf hield en vernietigde het besluit. Het College ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat [gedaagde 1] niet kan worden aangemerkt als een met een Nederlander gelijkgestelde vreemdeling omdat hij niet beschikt over een door de Minister van Justitie afgegeven document dat rechtmatig verblijf bevestigt. Het vonnis uit 1986 dat hem beschermt tegen uitzetting kan niet als zodanig worden aangemerkt. Ook internationale verdragsbepalingen bieden geen grond voor bijstand.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft en geen recht op bijstand onder de Koppelingswet.