ECLI:NL:CRVB:2005:AS3139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen vermogen
Appellanten ontvingen sinds 1988 een bijstandsuitkering, laatstelijk op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na een opsporingsonderzoek van de FIOD bleek dat zij bankrekeningen met aanzienlijke tegoeden hadden, die niet waren gemeld bij de uitkeringsinstantie. Hierdoor werd het recht op bijstand over de periode december 1996 tot maart 1997 ingetrokken en de onterecht ontvangen bijstand teruggevorderd.
Appellanten voerden aan dat zij niet over het vermogen konden beschikken omdat de tegoeden toebehoorden aan hun vader en oom en dat de verklaringen aan de FIOD niet betrouwbaar waren. De Raad oordeelde echter dat appellanten onvoldoende bewijs leverden dat zij niet over het vermogen konden beschikken. De verklaring van een Turkse notaris was te algemeen en er ontbraken volmachten of bewijsstukken van de nalatenschap.
De Raad concludeerde dat appellanten redelijkerwijs over het vermogen konden beschikken en daarmee in strijd met hun inlichtingenplicht handelden. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens verzwegen vermogen wordt bevestigd.