ECLI:NL:CRVB:2005:AS3245

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 januari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/2843 NABW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht afgewezen

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €102 niet binnen de gestelde termijn van vier weken was betaald.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring diende opposant verzet in. De Centrale Raad van Beroep heeft partijen uitgenodigd voor een zitting, maar geen van beiden is verschenen.

De Raad oordeelt dat het niet betalen van het griffierecht binnen de termijn terecht tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid. Er is geen reden om het verzuim opposant niet toe te rekenen, mede omdat hij geen uitstel van betaling heeft gevraagd en geen gebruik heeft gemaakt van bijzondere bijstand.

Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond en bevestigt de eerdere beslissing. Er worden geen proceskosten aan opposant opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdig betalen van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/2843 NABW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 24 augustus 2004 is het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 7 april 2004, reg.nr. 03/1171 ABW, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposant een verzetschrift ingediend.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 21 december 2004, waar partijen niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 24 augustus 2004 steunt kort samengevat hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 102,-- niet binnen de door de laatstelijk aangetekend verzonden brief van 22 juni 2004 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
In geding is de vraag of het hoger beroep van opposant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn eerder genoemde uitspraak is gegeven.
In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, merkt de Raad op dat vaststaat dat opposant niet binnen de gestelde termijn heeft betaald. De Raad ziet geen aanleiding om te oordelen dat dit verzuim opposant niet kan worden tegengeworpen. Daarbij tekent de Raad aan dat opposant niet binnen de termijn om uitstel van betaling van het griffierecht heeft gevraagd. Voorts is gesteld noch gebleken dat opposant in verband met de gestelde betalingsonmacht (tijdig) van de mogelijkheid tot het aanvragen van bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht voor het onderhavige hoger beroep gebruik heeft gemaakt.
Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren.
De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2005.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) R. van den Munckhof.
EK2912