ECLI:NL:CRVB:2005:AS3307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellante ontving bijstand en kreeg later kinderalimentatie toegekend met een ingangsdatum van 22 februari 2000. Zij meldde deze alimentatie niet tijdig aan de gemeente, waardoor deze ten onrechte bijstand verleende over de periode tot 1 september 2000. Appellante en haar ex-echtgenoot sloten een nadere overeenkomst over de ingangsdatum van de alimentatie, waardoor zij niet redelijkerwijs over alimentatie kon beschikken vanaf 22 februari 2000.
De Raad oordeelt dat appellante haar inlichtingenplicht schond door de alimentatiebeschikking niet onverwijld te melden en dat zij tekortschietend verantwoordelijk was door niet tot inning van de alimentatie over te gaan. Dit kwalificeert als een maatregelwaardige gedraging volgens artikel 14 Abw Pro.
Hoewel het eerdere besluit tot herziening van de bijstand niet deugdelijke motivering bevatte, laat de Raad de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. De Raad veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van herziening wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.