ECLI:NL:CRVB:2005:AS3324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overschrijding redelijke termijn bij looncontrole autopoetsers
Appellante exploiteert een transportbedrijf en betaalde in de jaren 1995-1999 kasbetalingen aan autopoetsers die niet in de salarisadministratie stonden. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) legde correctienota's en boetenota's op omdat deze personen volgens het Uwv op basis van een arbeidsovereenkomst werkten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat de autopoetsers niet waren gehoord, dat er geen arbeidsovereenkomst was vanwege het ontbreken van gezag, dat de meeste autopoetsers jonger dan 16 jaar waren waardoor de overeenkomsten nietig zouden zijn, dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat de redelijke termijn voor het opleggen van boetes was overschreden.
De Raad oordeelde dat het niet horen van de autopoetsers geen schending van artikel 3:2 Awb Pro opleverde, dat de arbeidsovereenkomst wel bestond, dat de nietigheid van overeenkomsten met minderjarigen niet aan de orde was omdat de overeenkomsten waren nageleefd, en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn was overschreden omdat bijna vijf jaar was verstreken na de aankondiging van de boetes. Daarom werden de boetes met 10% gematigd van 25% naar 22,5%.
Uitkomst: De boetes worden gematigd van 25% naar 22,5% wegens overschrijding van de redelijke termijn.