ECLI:NL:CRVB:2005:AS3413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling loonadministratie en premieschattingsmethodiek
Belanghebbende, exploitant van een horecabedrijf, werd geconfronteerd met correctienota’s over 1993-1995 wegens het ontbreken van primaire bescheiden in de loonadministratie. Het bestuursorgaan schatte de verschuldigde premies op basis van verklaringen van (ex-)werknemers en paste het Fooienbesluit toe vanwege onderbetaling van het minimumloon.
De rechtbank had de afrekeningen als besluiten aangemerkt en vernietigd, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze afrekeningen geen besluiten in de zin van de Awb zijn. De Raad stelde vast dat de loonadministratie ernstige tekortkomingen vertoonde, waardoor het bestuursorgaan terecht tot een aanvullende premieschatting is overgegaan.
De Raad verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde dat de gehanteerde schattingsmethodiek niet onaanvaardbaar is. Ook het beroep op eerdere jurisprudentie en de stelling dat primaire bescheiden bewaard zouden zijn gebleven, faalde. Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het bestuursorgaan heeft terecht de premies geschat.