ECLI:NL:HR:2002:AD8780
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 wegens onvoldoende administratie softdrugsvoorraad
In deze zaak is aan belanghebbende een navorderingsaanslag opgelegd over het jaar 1995 met een verhoging van 100 procent, waarvan de helft werd kwijtgescholden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag en de verhoging. De Staatssecretaris stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het Hof oordeelde dat hoewel de administratie van belanghebbende gebreken vertoonde met betrekking tot de voorraad softdrugs, niet aannemelijk was dat de administratie zodanig onvolkomen was dat toepassing van de sanctie van artikel 29 lid 1 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen gerechtvaardigd was. Daarbij werd rekening gehouden met het gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops en de aard van de onderneming, waardoor het redelijk was dat geen facturen van inkoop aanwezig waren.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof, onder meer omdat het Hof terecht de verklaring van een werknemer verkregen tijdens een onaangekondigd bezoek van een Horeca Interventie Team buiten beschouwing liet wegens onbevoegdheid. Tevens werd geoordeeld dat de wijze van administreren door belanghebbende niet onbegrijpelijk was en dat de sanctie niet gerechtvaardigd was. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.