ECLI:NL:CRVB:2005:AS3483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende kinderbijslag wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn kinderen die aanvankelijk in Zuid-Afrika woonden. De Sociale verzekeringsbank wees de aanvragen af vanwege het ontbreken van een bewijs van leven. Pas nadat de kinderen bij appellant in Nederland woonden, werd kinderbijslag toegekend met ingang van het tweede kwartaal 2000. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit dat kinderbijslag niet vanaf de geboorte werd toegekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen eerdere afwijzingen en ruim twee jaar heeft gewacht met een nieuwe aanvraag. Er is geen sprake van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 14, derde lid, AKW, dat een verdergaande terugwerkende kracht zou rechtvaardigen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De beslissing is genomen door een kamer van drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kinderbijslag wordt toegekend vanaf het tweede kwartaal 2000.