ECLI:NL:CRVB:2005:AS3486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit omtrent niet-bestaande kinderen voor kinderbijslag na onderzoek in Turkije
Appellant maakte aanspraak op kinderbijslag voor drie kinderen die volgens Turkse documenten in Turkije zouden wonen. Na een onderzoek door de Nederlandse ambassade in Ankara bleek dat slechts één kind daadwerkelijk geregistreerd was en dat het gezin uit slechts één kind bestond.
Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, schortte de kinderbijslag op en ontzegde de aanspraak voor twee kinderen wegens het ontbreken van bewijs van hun bestaan. Appellant voerde bezwaar aan en verzocht om DNA-onderzoek, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de gegevens van het Turkse verbindingsorgaan als betrouwbaar moeten worden aangenomen, tenzij overtuigend bewijs het tegendeel aantoont. Het onderzoek ter plaatse en verklaringen van betrokkenen wezen overtuigend uit dat slechts één kind bestond. Het verzoek tot DNA-onderzoek werd afgewezen omdat appellant dit op eigen kosten kan laten uitvoeren en gedaagde niet verplicht is daaraan mee te werken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ontzegging van kinderbijslag wordt bevestigd.