ECLI:NL:CRVB:2005:AS3573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens schending informatieverplichting over woonadres
Appellante heeft op 7 juni 2001 een bijstandsuitkering aangevraagd waarbij zij verklaarde te wonen bij haar moeder op een bepaald adres. De gemeente Amsterdam wees de aanvraag af op 7 augustus 2001 omdat tijdens huisbezoeken op 18 en 20 juli 2001 onvoldoende aannemelijk was dat zij daadwerkelijk op dat adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad stelt vast dat appellante niet heeft voldaan aan haar informatieverplichting zoals bedoeld in artikel 65 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw), omdat niet duidelijk was of zij en haar kind daadwerkelijk op het opgegeven adres verbleven, een slaapkamer hadden of persoonlijke bezittingen hadden. Dit is essentieel voor het vaststellen van het recht op bijstand en de hoogte daarvan.
De Raad wijst erop dat de rol van derden tijdens het huisbezoek appellante niet ontslaat van haar verplichting om duidelijke informatie te verschaffen. Ook nieuwe waarnemingen tijdens een huisbezoek op 16 oktober 2001 leiden niet tot een ander oordeel. De Raad ziet geen reden om de aangevallen uitspraak te wijzigen en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens schending van de informatieverplichting over het woonadres.