ECLI:NL:CRVB:2005:AS3620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hersteldverklaringen en maatstaf arbeid bij weigering WAO-uitkering
Deze zaak betreft de beoordeling van hersteldverklaringen en de weigering van een WAO-uitkering aan appellante, die zich meerdere malen ziek meldde na het ontvangen van een WW-uitkering. De kernvraag was of de juiste maatstaf voor de arbeid was gehanteerd bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid.
De Raad stelde vast dat voor de ziekmelding van 25 juni 1999 en de hersteldverklaring van 23 september 1999 de gangbare arbeid, zoals nader geconcretiseerd bij de WAO-beoordeling van 16 november 1998, als maatstaf geldt. Voor de ziekmelding van 8 december 1999 en hersteldverklaring van 24 januari 2000 achtte de Raad de feitelijk verrichte arbeid bij Hak maatgevend, in afwijking van eerdere beslissingen. Dit leidde tot vernietiging van het besluit van 12 september 2001 wegens onjuiste grondslag.
De medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid werd door de Raad bevestigd, waarbij appellante geen nieuwe medische stukken aanvoerde. De Raad bevestigde verder de weigering van de WAO-uitkering per 16 november 1998 vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid gedurende 52 weken. Tot slot veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Besluit van 12 september 2001 vernietigd wegens onjuiste maatstaf arbeid, overige besluiten bevestigd, UWV veroordeeld in proceskosten.