ECLI:NL:CRVB:2005:AS3657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onjuiste schatting wisselend inkomen
Appellante, werkzaam als verpleegkundige, ontving een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Bij herbeoordeling werd haar uitkering verlaagd naar 35 tot 45%, maar later gecorrigeerd naar 45 tot 55% op basis van een nieuwe berekening van de verdiencapaciteit.
Appellante stelde dat bij de schatting van haar arbeidsongeschiktheid geen rekening was gehouden met haar wisselende inkomsten en dat de onregelmatigheidstoeslag ten onrechte als vast loonbestanddeel was meegenomen. Tevens wees zij op haar onvermogen om duurzaam onregelmatige diensten te verrichten.
De Raad oordeelde dat het medische oordeel de beperkingen juist had vastgesteld en dat er geen medische contra-indicatie voor wisseldiensten was. Wel stelde de Raad vast dat bij de berekening van de verdiencapaciteit onterecht alleen het salaris van één maand was gebruikt en dat bij een nieuw besluit een gemiddelde van het wisselende inkomen in aanmerking moet worden genomen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval gedaagde een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met het gemiddelde wisselende inkomen van appellante.