ECLI:NL:CRVB:2005:AS3749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling belastbaarheid en functies
Appellant, voormalig directeur van een basisschool, viel in 1987 uit wegens psychische klachten en ontving sindsdien een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 1997 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45 tot 55%, welke later werd verhoogd naar 55 tot 65% na bezwaar.
Appellant verzocht in 2000 om een nieuwe herbeoordeling op grond van medische rapporten die een urenbeperking suggereerden. De adviserend verzekeringsarts concludeerde echter dat er geen nieuwe medische gegevens waren die een wijziging van de belastbaarheid rechtvaardigden. De rechtbank bevestigde dit oordeel mede op basis van rapporten van een internist en orthopedisch chirurg.
De Raad onderschrijft de bevindingen van de rechtbank en de verzekeringsartsen dat de belastbaarheid juist is vastgesteld, ondanks dat één aspect van de belastbaarheid (gebogen werken) ernstiger was dan aanvankelijk aangenomen. Medische verklaringen van de huisarts over diabetes en vermoeidheid werden onvoldoende geacht om een urenbeperking te rechtvaardigen.
Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.