ECLI:NL:CRVB:2005:AS3950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en functiebelasting bij WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als medewerker bediening, viel in januari 1998 uit wegens knieklachten na een arbeidsongeval. Na een initiële toekenning van een WAO-uitkering van 80-100% werd deze per 28 maart 2000 verlaagd naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad liet appellant medisch onderzoeken door revalidatiearts Angenot, die concludeerde dat appellant beperkingen heeft bij diverse activiteiten, maar in staat is om bepaalde functies te verrichten, waaronder chauffeur groepsvervoer mits met automatische versnelling en beperkte hulp aan gehandicapten. De Raad stelde vast dat de functie chauffeur groepsvervoer een hogere fysieke belasting kent dan aanvankelijk was aangenomen, met name door tillen en duwen bij rolstoelvervoer.
De Raad oordeelde dat deze functie de belastbaarheid van appellant overschrijdt en verwierp deze als grondslag voor de schatting. In plaats daarvan werd de functie chauffeur taxibusje gehanteerd, die qua belasting vergelijkbaar is maar binnen de belastbaarheid valt. De Raad bevestigde dat het rijden in een busje met automatische versnelling redelijkerwijs van de werkgever kan worden verlangd.
De Raad concludeerde dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55% correct is en dat het verzoek tot schadevergoeding op grond van de Awb niet kan worden toegewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 45-55% arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.