ECLI:NL:CRVB:2005:AS3956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische grondslag
Appellant, voormalig schoonmaker, werd per 23 september 1999 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) afgewezen voor een WAO-uitkering op grond van het ontbreken van een stoornis volgens het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium. De Raad stelt vast dat de medische beoordelingen van verzekeringsartsen Lentjes, Hofmans en Momberg onvoldoende rekening houden met de psychosomatische klachten en de problematische omstandigheden van appellant. Hoewel er sprake is van klachten en beperkingen, is volgens de Raad niet voldaan aan de vereisten van een eenduidige, consistente en medisch gemotiveerde beoordeling zoals voorgeschreven in de Richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium.
De Raad overweegt dat de Richtlijn een uitvoerige werkinstructie is voor verzekeringsartsen en dat ook klachten zonder duidelijke fysieke of psychische oorzaak tot arbeidsongeschiktheid kunnen leiden indien goed gemotiveerd. De medische rapporten ontberen echter een dergelijke draagkrachtige motivering en een voldoende inventarisatie van de klachten en beperkingen. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke grondslag voor het bestreden besluit.
De Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en beveelt dat het Uwv een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege een ondeugdelijke medische grondslag.