ECLI:NL:CRVB:2005:AS3977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde WAO-uitkering ondanks betwiste functiegeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 1982 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Na ziekmelding in december 1998 met rugklachten heeft gedaagde in 1999 en 2000 de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vastgesteld en bezwaar ongegrond verklaard. Appellant verzocht in 2000 om herziening van zijn uitkering wegens psychische klachten, maar dit werd afgewezen.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit in 2001, waarna een psychologische expertise werd ingewonnen. Gedaagde handhaafde het besluit in 2002, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de geselecteerde functies niet passend waren bij zijn beperkingen.
De Raad stelt vast dat appellant zijn beperkingen niet meer betwist en dat de functies monteuse loopwerken, wikkelaar en monteur reeds eerder als geschikt zijn beoordeeld. Omdat de beperkingen niet zijn gewijzigd, zijn deze functies ook in de periode in geding passend. De mate van arbeidsongeschiktheid blijft daarom ongewijzigd. Er is geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 35 tot 45% en verklaart het beroep ongegrond.