ECLI:NL:CRVB:2005:AS4524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde WAO-premie over 1999
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde gedifferentieerde premie voor het jaar 1999, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1997 aan een ex-werknemer werd toegekend. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard, mede gelet op de jurisprudentie dat de inhoudelijke aanvechting van de onderliggende arbeidsongeschiktheidsuitkering niet mogelijk is in bezwaar tegen de premievaststelling, tenzij het besluit over de uitkering zelf voor 1 januari 1998 is genomen. Tevens werd overwogen dat de toepasselijke wettelijke bepalingen omtrent inzage in medische gegevens correct waren toegepast.
Appellante had verder aangevoerd dat de hoogte van de premie niet in verhouding stond tot de oorzaak van de gedifferentieerde premie, maar de Raad stelde vast dat de premie juist was berekend op basis van de betreffende uitkering. Er waren geen gronden om het besluit te vernietigen, zodat de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over 1999 en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.