ECLI:NL:CRVB:2001:AB2858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing premiebesluit WAO wegens schending procesrechten en onvolledige motivering
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over 1998, omdat zij meent dat de onderliggende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten onrechte zijn toegekend en het besluit onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank verwierp haar beroep wegens strijd met de goede procesorde, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante ook in hoger beroep nieuwe grieven mag aanvoeren en dat de rechtbank ten onrechte deze grieven buiten beschouwing liet.
De Raad stelt vast dat artikel 87e WAO, dat bezwaar tegen onterechte uitkeringen beperkt, in dit geval in strijd is met artikel 6 EVRM Pro omdat het werkgevers de mogelijkheid ontneemt de toekenning van uitkeringen van vóór 1998 aan te vechten, terwijl deze uitkeringen bepalend zijn voor de premie.
Verder oordeelt de Raad dat de medische besluitenregeling in artikel 88c WAO niet onverkort kan worden toegepast vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel en het recht op een eerlijk proces.
De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling, waarbij gedaagde voorwaardelijk wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling met veroordeling van gedaagde in proceskosten.