ECLI:NL:CRVB:2005:AS4543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens passieve medewerking aan beëindiging arbeidsovereenkomst
Appellante was als uitzendkracht werkzaam bij Koca Uitzendbureau en had een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding dat na 26 weken zijn kracht verloor. Koca zegde de arbeidsovereenkomst op zonder ontslagvergunning, wat volgens het UWV niet rechtsgeldig was. Het UWV weigerde daarop de WW-uitkering blijvend omdat appellante niet de nietigheid van het ontslag had ingeroepen en daarmee passief had meegewerkt aan het einde van het dienstverband.
De Raad oordeelde dat het uitzendbeding zijn kracht verloor na 26 weken en dat de arbeidsovereenkomst als een overeenkomst voor onbepaalde tijd moest worden beschouwd. Appellante had de nietigheid van het ontslag niet ondubbelzinnig ingeroepen, wat haar wel kon worden verweten, maar de Raad vond dat haar nalaten niet in overwegende mate kon worden toegerekend.
Dit oordeel werd mede gebaseerd op het feit dat Koca pas laat volwaardig lid was van de ABU en appellante redelijkerwijs mocht aannemen dat de werkgever conform de geldende regelgeving handelde. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV opnieuw moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak, waarbij appellante recht heeft op vergoeding van kosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen.