ECLI:NL:CRVB:2005:AS4778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing ambtenaar wegens verdenking van corruptie en valsheid in geschrifte
Appellant, werkzaam bij Rijkswaterstaat, werd in 2002 verdacht van corruptie en valsheid in geschrifte. Na een strafrechtelijk onderzoek, aanhouding en voorlopige hechtenis werd hij geschorst in het belang van de dienst. De schorsing werd bevestigd door een bestuursrechtelijke uitspraak van de rechtbank.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het verzoek tot uitstel afgewezen, omdat de strafrechtelijke uitspraak niet relevant was voor het bestuursrechtelijke geschil. De Raad oordeelde dat de schorsing op grond van artikel 91 ARAR Pro gerechtvaardigd was vanwege de ernstige verdenking en het belang van de dienst.
De Raad benadrukte dat de ambtenaar tijdens de schorsing zijn volledige bezoldiging behield en dat het besluit om hem te schorsen niet gewijzigd werd door een later genomen besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schorsing van appellant wegens ernstige verdenking en verklaart het beroep ongegrond.