ECLI:NL:CRVB:2005:AS4809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Ontheffing en ontslag ambtenaar wegens functioneren en verstoorde arbeidsrelaties niet voldoende onderbouwd
Appellant was sinds 1979 werkzaam bij de Technische Universiteit Delft en werd in 1999 ontheven uit zijn functie van Hoofd Interne Dienst wegens spanningen over zijn functioneren. Na een reorganisatie werd hij geplaatst als medewerker servicedienst, maar later ontheven wegens vermeende conflicten en onvoldoende afstand van zijn leidinggevende rol. Appellant voerde aan dat deze conflicten niet concreet waren onderbouwd en dat hij na ontheffing naar tevredenheid werkzaamheden verrichtte.
De Raad oordeelde dat het dienstbelang voor ontheffing onvoldoende was aangetoond, omdat spanningen niet concreet waren bewezen en appellant ontkende conflicten. Ook het ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen was onvoldoende onderbouwd; er was geen concreet bewijs dat appellant de oorzaak was van het gebrek aan vertrouwen binnen de organisatie.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel bleven in stand, en het onderzoek naar schadevergoeding werd heropend. De Technische Universiteit Delft werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot ontheffing en ontslag wegens onvoldoende onderbouwing en verklaart het beroep gegrond.