ECLI:NL:CRVB:2005:AS4876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Paprikaplukker met huidklachten niet ongeschikt voor arbeid volgens Ziektewet
Appellant, werkzaam als paprikaplukker, meldde zich ziek wegens huidklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na onderzoek door een verzekeringsarts en overleg met een dermatoloog concludeerde men dat appellant per 9 mei 2000 geschikt was voor zijn arbeid. Gedaagde beëindigde de uitkering op die datum.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn huidklachten ernstiger waren dan erkend, mede op basis van rapportages van Instituut Psychosofia en een brief van de directrice daarvan. Ook stelde hij dat de allergie voor paprika's mogelijk eerder bestond dan vastgesteld en dat psychische klachten pas na 9 mei 2000 waren ontstaan.
De Raad volgde de onafhankelijke deskundige Heule die stelde dat de klinische verschijnselen van de allergie pas in het voorjaar van 2001 waren ontstaan, na de beoordelingsdatum. De Raad achtte de door appellant overgelegde medische stukken onvoldoende om de eerdere conclusies te weerleggen. Ook lichttherapie en psychische klachten waren geen grond voor ongeschiktheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant per 9 mei 2000 geschikt was voor arbeid.