De Raad overweegt als volgt.
Verzekeringsarts Angun heeft in verband met de rugklachten van gedaagde op 14 september 2001 tijdens het spreekuur gegevens verkregen omtrent het onderzoek ter zake, het medisch oordeel van de huisarts en de therapie. Angun heeft gedaagde op 2 november 2001 in verband met zijn rugklachten onderzocht en geen beperkingen vastgesteld. De gedingstukken leveren geen aanleiding dit oordeel onjuist te achten.
In verband met de verzekeringsgeneeskundige beoordeling van de hoofdpijnklachten heeft Angun de beschikking gehad over het verwijsbriefje van de huisarts d.d. 1 juni 2001 waarop als diagnose vermeld stond: migraine/spanningshoofdpijn. Angun heeft op 14 september 2001 tijdens de anamnese over aard, verloop en medicatie met betrekking tot de klachten gegevens van gedaagde verkregen. Gedaagde heeft op 2 november 2001 tijdens het spreekuur meegedeeld dat de hoofdpijn aanzienlijk minder was geworden en dat hij dacht wel weer te kunnen werken. Angun heeft vervolgens geoordeeld dat hij voldoende gegevens had om te adviseren over de arbeidsgeschiktheid van gedaagde.
Hij heeft daarom geen inlichtingen ingewonnen omtrent de uitslagen van het verrichte neurologisch onderzoek
Of een verzekeringsarts ingevolge het zorgvuldigheidsbeginsel bij het geven van zijn medisch oordeel omtrent de geschiktheid voor arbeid in de zin van de Ziektewet de beschikking moet hebben over gegevens uit een verricht of lopend specialistisch onderzoek, hangt af van de feiten en omstandigheden van het geval. Van belang daarbij zijn onder meer de medische gegevens waarover de verzekeringsarts reeds beschikt, zijn verzekeringsgeneeskundig oordeel omtrent de aard en de ernst van de klachten in relatie tot de te verrichten arbeid en de wens van de verzekerde ter zake.
De Raad is van oordeel dat, gezien de gegevens waarover Angun op 2 november 2001 de beschikking had alsmede de mededeling van gedaagde op 2 november 2001 dat zijn hoofdpijnklachten aanzienlijk minder waren en hij wel weer zou kunnen werken, er geen reden is het onderzoek door Angun onzorgvuldig te achten.
De bezwaarverzekeringsarts Momberg beschikte bij haar onderzoek mede over de neurologische onderzoeksverslagen d.d. 2 en 3 oktober 2001. Deze verslagen bevestigden de diagnose van de huisarts en het medisch beeld dat de verzekeringsarts Angun van de hoofdpijnklachten van gedaagde had.
De behandelend neuroloog Vecht heeft de gestelde diagnose ook bevestigd in zijn verslag van 22 januari 2002. De Raad stemt daarom in met appellant dat de bezwaarverzekeringsarts in het onderhavige geval op grond van dossierstudie en de nadere neurologische verslagen over voldoende gegevens beschikte om haar medisch oordeel op te kunnen baseren. Er was gezien de beschikbare gegevens geen aanleiding voor een eigen onderzoek van gedaagde. De Raad concludeert dat ook het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig is te achten.
De eindconclusie is daarom dat het bestreden besluit in stand dient te blijven en dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd.