ECLI:NL:CRVB:2005:AS4882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens ontbreken nieuwe feiten voor herziening besluit
Appellant viel sinds 3 februari 1993 uit wegens een bedrijfsongeval met hoofd- en nekklachten en werd ziekengeld toegekend. Op 19 augustus 1993 stelde het bestuursorgaan vast dat appellant niet langer arbeidsongeschikt was en stopte de uitkering. Dit besluit werd door rechtbank en Raad bevestigd in eerdere procedures.
In 2001 verzocht appellant om herziening van het besluit, gesteund op een medisch rapport uit 1996. Het bestuursorgaan weigerde terug te komen op het besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Het bezwaar hiertegen werd eveneens ongegrond verklaard.
De Raad overweegt dat een bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot terugkomen van een besluit te behandelen, maar dat toetsing beperkt moet blijven tot het beoordelen of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. Het aangevoerde medisch rapport bevatte geen zodanige nieuwe feiten. Daarom is het eerdere besluit terecht gehandhaafd en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit tot beëindiging van ziekengeld wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.