ECLI:NL:CRVB:2005:AS4908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland
Appellant kreeg bijstandsuitkering toegekend met ingang van 11 juni 2001. Deze uitkering werd beëindigd per 15 november 2001 omdat appellant langer dan vier weken in het buitenland verbleef, namelijk van 18 oktober 2001 tot 9 januari 2002. Appellant voerde aan dat medische redenen, waaronder een ontsteking en amputatie van zijn voet, hem verhinderden tijdig terug te keren.
De Raad stelde vast dat appellant niet viel onder de categorieën die een langer verblijf buiten Nederland rechtvaardigen en dat er geen zeer dringende redenen waren zoals bedoeld in artikel 11 van Pro de Abw. De enkele medische verklaring was onvoldoende concreet en verifieerbaar om een uitzondering te maken.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van appellant ongegrond verklaarde en zag geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt beëindigd wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder voldoende dringende redenen.