ECLI:NL:CRVB:2005:AS4922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering en terugvordering wegens onjuiste woonadresinformatie
Appellant ontving een bijstandsuitkering van de gemeente Breda. Naar aanleiding van een vermoeden dat appellant niet op het opgegeven adres woonde, voerde de gemeente een onderzoek uit. Uit het rapport van 5 november 2001 bleek dat appellant niet daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres, wat werd bevestigd door onaangekondigde huisbezoeken en verklaringen van appellant zelf.
De gemeente beëindigde de uitkering per 1 november 2001 en verklaarde het bezwaar ongegrond. Tevens werd het recht op bijstand over de periode van september 2000 tot oktober 2001 ingetrokken en de gemaakte kosten teruggevorderd. Appellant stelde zich in hoger beroep tegen deze besluiten.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door onjuiste informatie te verstrekken over zijn woonadres, een essentieel gegeven voor de bijstandsverlening. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht. Dringende redenen om van terugvordering af te zien, werden niet aangetoond. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens het verstrekken van onjuiste woonadresinformatie.