ECLI:NL:CRVB:2005:AS5035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot Ziektewetuitkering afgewezen wegens gebrek aan medische beperkingen
De zaak betreft een geschil over de weigering van een Ziektewetuitkering aan een werknemer die zich ziek meldde vanwege klachten aan zijn linkervoet. De verzekeringsarts stelde vast dat er wel klachten waren, maar geen medische afwijkingen die beperkingen rechtvaardigen. De uitkeringsinstantie weigerde daarom de uitkering.
De rechtbank had het beroep van de werknemer gegrond verklaard, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met de aard van het werk en de langdurigheid van de klachten. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelt vast dat de medische beoordeling zorgvuldig en verantwoord is uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen zijn om te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsartsen.
De Raad benadrukt dat de werknemer na 15 januari 2001 geen huisarts meer bezocht voor voetklachten en dat de uitkeringsinstantie geen aanvullende medische gegevens heeft aangeleverd die het standpunt van de verzekeringsarts ondermijnen. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de weigering van de Ziektewetuitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering blijft gehandhaafd.